In Nederland wordt groepstherapie beperkt ingezet. De effectiviteit is vergelijkbaar met een individuele behandeling. Het meer en vaker inzetten van groepstherapie kan helpen de lange wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg terug te dringen. Dat meldt Nu.nl.
Internationale studies laten zien, dat een relatief kleine toename van groepsbehandelingen al een groot effect kan hebben, stelt Marc Daemen, voorzitter van de beroepsvereniging voor groepsdynamica en groepspsychotherapie. Een stijging van tien procent in het aantal groepsbehandelingen kan tienduizenden extra patiënten helpen.
Zorgverzekeraars vragen instellingen al jaren om groepssessies als uitgangspunt te nemen, tenzij individuele zorg noodzakelijk is. Dit heeft echter tot een zeer beperkte toename geleid.
In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord staat dat het aantal groepsbehandelingen in 2027 met zes procent gestegen moet zijn ten opzichte van 2025.
Instellingen zien vaak obstakels, zoals niet beschikken over een geschikte groepsruimte of te weinig cliënten die willen deelnemen. Vaak blijken dit echter aannames.
Cliënten zien soms bezwaren, maar zijn na een aantal sessies juist veelal positief. Ze ervaren veel steun bij lotgenoten en herkenning binnen de groep kan een onderdeel zijn van herstel. Een aandoening zoals sociale angst kan soms zelfs beter behandeld worden in een groep.
Niet alle aandoeningen, zoals acute psychose zijn geschikt voor een groep. Na een initiële behandeling kan wel gekeken worden of groepstherapie passend is.