Waar je woont als persoon met een beperking bepaalt nog altijd de kwaliteit van de zorg die je krijgt. Zorgverleners zeggen al sinds 2015 dat dit anders moet. Maar de overheid vindt deze ‘postcodezorg’ juist een toegevoegde waarde.
Sinds 2015 liggen veel zorgtaken in Nederland bij de gemeenten. Daarvoor regelde de overheid dat, maar via deze zogenoemde decentralisatie zouden hulpbehoevende mensen beter passende zorg krijgen en langer thuis kunnen blijven wonen.
Maar de resultaten vallen tegen, constateerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) al in 2020. Twee jaar later riep het planbureau gemeenten op “meer oog” te hebben voor mensen in een kwetsbare positie. Afgelopen september sprak een commissie van de Verenigde Naties zorgen uit over “regionale ongelijkheden” rond de rechten van de zo’n twee miljoen inwoners van Nederland met een beperking.
De term ‘postcodezorg’ verscheen zeker tien jaar geleden voor het eerst in wetenschappelijke literatuur. Onder meer de Nationale ombudsman, brancheorganisatie Zorgverzekeraars Nederland en zorgverleners zoals de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie waarschuwden sindsdien dat de kwaliteit van zorg in gevaar komt door postcodezorg.
Volgens het kabinet zijn “gedecentraliseerde wetgeving” en “beleidsruimte voor gemeenten” juist belangrijk, reageerde staatssecretaris Vicky Maeijer (Langdurige en Maatschappelijke Zorg). Gemeenten moeten volgens haar hulp en zorg kunnen aanbieden die past bij de lokale omstandigheden van hun inwoners.
10 kilometer verderop ben je 100 euro meer kwijt
Die “beleidsruimte voor gemeenten” stuit op veel kritiek. Ieder(in), de belangenbehartiger van mensen met een beperking, omschreef het systeem eerder deze maand nog als “net de Postcodeloterij”. “Hoe goed je het hebt als persoon met een beperking hangt nu te veel af van waar je woont”, zei een woordvoerder toen.
Zo geven gemeenten met veel oudere inwoners “vaak de voorkeur” aan het inkopen van diensten of het geven van financiële tegemoetkoming voor ouderen met een beperking. “Maar als je in zo’n gemeente als kind met een beperking zorg of hulp nodig hebt, grijp je eerder mis dan in een gemeente met veel jongere inwoners”, zegt Ieder(in).
Gehandicaptenparkeerkaarten zijn een ander voorbeeld. Die kun je krijgen als je niet zelfstandig 100 meter kunt lopen. In het Brabantse Son en Breugel is zo’n kaart bijvoorbeeld gratis, valt te lezen op de gemeentewebsite. Maar minder dan 10 kilometer verderop, in buurgemeente Best, ben je 100 euro kwijt.
Gemeenten mogen zelf bepalen hoeveel ze in rekening brengen voor een gehandicaptenparkeerkaart, staat op de site van de Rijksoverheid. Voor paspoorten zijn ze wel gebonden aan een maximumtarief: dit jaar is dat 83,87 euro. Ook de maximumprijs van een rijbewijs ligt vast: 51,11 euro.
Zorgaanbieders: ‘Al tien jaar onaanvaardbare verschillen’
De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) sluit zich aan bij de kritiek van Ieder(in). De brancheorganisatie stuurde in navolging van Ieder(in) ook een brief naar de Tweede Kamer.
De VGN trekt al tien jaar aan de bel over “onaanvaardbare verschillen” in de zorg die mensen met een beperking krijgen op basis waar ze wonen, zegt directeur Theo van Uum tegen NU.nl. “In de ene gemeente wordt je huis naar behoefte aangepast en in de andere krijg je met dezelfde beperkingen met moeite een traplift. Dat moet niet kunnen.”
Sommige mensen hebben “gewoon pech” als ze in een ‘verkeerde’ gemeente wonen, stelt directeur-bestuurder Joan Albrecht van Stichting Voorzieningen voor Verstandelijk en Meervoudig Gehandicapten Zwolle en omstreken. “Misschien moeten we terug naar centraal bepaalde zorg: via het Rijk en niet meer via de gemeente.”
Kabinet houdt vast aan beleid
Ondanks alle kritiek ligt het niet voor de hand dat het kabinet met grote aanpassingen van het zorgstelsel komt. Staatssecretaris Maeijer houdt vast aan de lijn die haar voorgangers hebben ingezet. Wel ziet zij “heel veel gevallen waarin verschillen zijn die ik ook moeilijk kan uitleggen”.
Maeijer wacht nu op de resultaten van een zogenoemd houdbaarheidsonderzoek. Daaruit zouden aanpassingen kunnen voortvloeien, maar ook dat ligt niet voor de hand. Het onderzoek richt zich meer op geldstromen dan op concrete zorgverlening.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) erkent dat er verschillen kunnen bestaan in de manier waarop gemeenten burgers helpen. Maar volgens de koepelorganisatie is dat in sommige gevallen juist goed, want zorg is maatwerk. “Uitgangspunt is dat iedere gemeente ieder geval afzonderlijk beoordeelt.”