Vanaf 2027 moeten gebruikers van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) mogelijk fors meer gaan betalen voor hulp zoals huishoudelijke ondersteuning, begeleiding of dagbesteding. Het kabinet wil de vaste eigen bijdrage van circa 20 euro per maand vervangen door een inkomensafhankelijke regeling, oplopend tot 328 euro per maand. Deze maatregel moet ervoor zorgen dat mensen met hogere inkomens meer bijdragen, maar leidt tot zorgen over de betaalbaarheid voor mensen met een beperking.
Volgens het Nibud, dat de plannen analyseerde in opdracht van belangenorganisatie Ieder(in), stijgen de kosten te snel voor een financieel kwetsbare groep. Wie 100 euro boven de inkomensgrens van 135 procent van het sociaal minimum verdient, zou straks 10 euro extra per maand betalen. “Deze mensen leven vaak al met structureel hogere uitgaven door aangepaste kleding, hulpmiddelen of vervoerskosten,” stelt Nibud-directeur Arjan Vliegenthart. “Bijna 40 procent van deze groep mijdt nu al zorg vanwege de kosten.”
Ook Ieder(in) maakt zich ernstige zorgen. Directeur Deborah Lauria waarschuwt dat mensen met een levenslange beperking straks de rekening gepresenteerd krijgen voor een financieel probleem dat zij niet hebben veroorzaakt. De organisatie benadrukt bovendien dat Nederland gebonden is aan het VN-verdrag Handicap, waarin staat dat verworven rechten van mensen met een beperking niet mogen worden aangetast.
Gemeenten proberen met deze hervorming oplopende kosten binnen de Wmo te beteugelen. Sinds de invoering van het vaste tarief is het aantal aanvragen – ook van mensen met een hoger inkomen – flink toegenomen. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) ondersteunt daarom het voorstel om de eigen bijdrage inkomensafhankelijk te maken, zodat ondersteuning behouden blijft voor wie het echt nodig heeft.
Ieder(in) stelt een alternatief voor: handhaaf het vaste tarief voor alle vormen van ondersteuning behalve huishoudelijke hulp. Zo kan de toegang tot noodzakelijke begeleiding voor mensen met een beperking gewaarborgd blijven.
Het voorstel ligt nu bij de Tweede Kamer en moet nog worden goedgekeurd door beide Kamers. De uitkomst kan grote gevolgen hebben voor duizenden mensen die afhankelijk zijn van ondersteuning via de Wmo.